Turkije 2011   

                                                

                                                                                                                                     

Vandaag (22 juni 2011) ben ik begonnen aan de reis naar Cappadocië. De eerste 525 km. zijn afgelegd.

Na een heftige laatste twee weken thuis eindelijk op pad met de Multisleur.  Eerst richting Oostenrijk.

Twee weken geleden waren we het reisschema  aan het maken toen ik op een advertentie op Marktplaats stuitte:  5 daktenten te koop!!

Het waren daktenten die aangeboden werden door de Universiteit van Utrecht, eenmaal gebruikt bij een expeditie naar Groenland.

Wij waren nog niet echt op zoek maar dit was wel een uitgelezen kans.

Een Columbus daktent medium, precies de maat die we eigenlijk volgend jaar willen aanschaffen. (We hebben nu een small en willen best een maatje groter.)

Eerst maar eens gebeld met de mijnheer die ze op internet had gezet om te vragen of ik een afspraak kon maken om de daktent te bekijken.

Dat lukte dezelfde dag; op naar Utrecht.

De daktent blijkt zo goed als nieuw, zelfs het matras en de kussens zitten nog in plastic en de afleveringskaartjes hangen er nog aan.

De vraagprijs was ongeveer 60% van de nieuwprijs.

Na enig overleg zei de verkoper (nadat hij in de gaten had dat hij met een echte daktentkampeerder te maken had) dat hij nog wel iets met de prijs kon doen en de koop werd gesloten op 50% van de nieuwprijs.

Met een rood hoofd van opwinding ging ik richting huis. Geweldig, zo’n kans krijg je niet veel.

Inmiddels was Renée ook thuisgekomen en hebben we overlegd wat we zouden doen.

Om met twee daktenten opgescheept te zitten, was het ook niet echt.

We zouden uiteraard onze daktent ook op Marktplaats kunnen zetten en kijken of we deze nog kunnen verkopen.

Anders slaan we hem op en kijken of het deze zomer nog lukt en anders volgend jaar.

Zo gezegd, zo gedaan.

De volgende dag was er al gelijk een reactie, ik dacht:” Als het zo doorgaat is hij net zo snel weg als de vorige”. (Dat duurde slechts 5 dagen en aangezien de tijd voor ons gaat dringen is het geen slechte ontwikkeling.)

Dezelfde dag wordt er nog een keer of 6 op geboden en waren wij al bijna aan de vraagprijs die wij wilde hebben.

Om half acht ‘s avonds wordt er gebeld door iemand die wil komen kijken diezelfde avond. Hij kan rond half tien bij ons zijn vanuit Arnhem.

Klokslag 9 uur staat meneer op de stoep en wordt de koop in een recordtijd bezegeld. Zonder af te dingen verhuist de daktent naar zijn auto.

Onvoorstelbaar: in nog geen 20 uur tijd een tent gekocht en een verkocht. Leve “Marktplaats”!

Dit is nog sneller dan toen wij onze Overland daktent verkochten.

Dinsdag na de Pinksteren had ik een afspraak met de meneer op de universiteit om de daktent te komen halen.

De ene van de Multisleur af en de andere weer gemonteerd. Het gaat echt als een tierelier.

En dan nu voor het eerst op pad met de nieuwe daktent, heel gaaf en hij staat super op de Multisleur.

Ik heb gelijk bekijks bij aankomst op de camping in Triefenstein, het overnachtingadres en ik krijg de vraag: waar gaat u heen??

Naar Cappadocië in Turkije, zei ik. Ze vallen steil achterover, “Helemaal met de auto?? En alleen?” “Ja, een klein stukje alleen, in Griekenland stapt mijn echtgenote aan boord, die komt per vliegtuig naar Thessaloniki.”

“Ja maar waarom zo’n eind met de auto?” “Ik weet het niet, het reisbeest in mij is altijd wakker.”

Er is altijd die hunkering naar andere mensen en culturen; hoe ze leven en werken, dat is wat mij waanzinnig fascineert.

En dan is eigenlijk geen kilometer te ver.

De ene kampeerder schuifelt voorzichtig voorbij en wil eigenlijk wat vragen maar durft het niet goed.

En de ander probeert op het schermpje mee te lezen wat ik aan het typen bent.

Wel leuk dat soort spelletjes, ik schrijf gewoon een verhaaltje over een reis!

Morgen gaat het richting Bad Gastein, het gras maaien en het soppen van de caravan wachten met smart!

Na een goede nachtrust ben ik aangekomen in Bad Gastein in de hoop dat ik de caravan kan wassen en het gras maaien want dit staat echt hoog.

Sinds maart zijn we hier niet meer geweest en dat is duidelijk te zien!!

Maar vandaag komt er niet zoveel meer van. Er dreigt uit een gesloten wolkendek heel snel een bak regen te gaan vallen.

Na snel de spullen droog in de caravan en voortent te hebben gezet, begint het al met bakken te vallen.

Dat is nou jammer, dan maar met de beentjes omhoog met een zakje chips en een wijntje; dat is ook niet slecht.

Het internet werkt ook, dus het eerste verhaal kan ook de ter controle naar Renée.

Verder bekijk ik het weerbericht voor de komende dagen en dat laat een beetje te wensen over. De voorspellingen zijn ronduit slecht: regen en nog eens regen. Jammer en fietsen is ook niks met dit weer!

Morgen maar even verder kijken en een plan maken. De spullen moeten toch schoon.

De volgende dag is het druilerig maar de lucht breekt ook wel, dus aan de slag. Na een paar uur goed doorsoppen is de caravan weer blinkend schoon.

Nu het gras nog, ook een heftige klus, maar ja dat is ook de reden dat ik een aantal dagen eerder mag vertrekken. Ik ben hier met de restrictie dat ik niet alleen het dal op en neer ga fietsen, maar ook aan het onderhoud van het kampeer-equipement werk.

Het gras is niet gewillig dus het is flink buffelen om het weer een beetje toonbaar te maken, maar dan heb je wel eer van je werk.

Voor maandag, het is nu 27 juni, wordt een fantastische dag voorspeld. Eindelijk verlost van de regen en nu alleen maar 30 plus graden, heerlijk weer om het dal op en neer te fietsen. Deze kans laat ik niet lopen.

Een uurtje of drie lekker peddelen, dan een eigen gebakken broodje en een koele Radler (dat is een mix van limonade en een beetje bier 2%) kan deze dag niet meer stuk.

Nu nog spullen verzamelen en de zaak goed organiseren, dan kan ik morgen met een gerust hart afreizen richting Venetië.

 

Op 28 juni  heb ik de eerste autotrein door de Tauern Region. Dan via Lienz, daar begint een fantastische  tocht door de Dolomieten, naar Fara d’Alpago. Een plaats met een schitterend meer hier in de uitlopers van de Dolomieten.

Om 11.30 uur ben ik op de camping die ik had uitgezocht. Na een goede ontvangst en 3 douchemunten rijker, mag ik een plaatsje gaan zoeken.

Er is nog keus genoeg.

Wat opvalt is dat er heel veel surfzeilen liggen opgeslagen naast de campers en de caravans.

Eerst mijn Multisleur maar eens geïnstalleerd. Kort daarna word ik aangesproken door een mijnheer met een Zwitsers accent. Hij vraagt heel nieuwsgierig: ”Is dit een Alpen Kruizer?”  wijzend op de Multisleur.

Ik zeg: “Het was er één; ik heb hem van de winter helemaal gestript en weer opnieuw opgebouwd”.

“Dat is fraai,” zegt de heer (hij heet Hans) “wij hebben 20 jaar lang met een Alpen Kruizer gekampeerd en daar heel veel plezier aan beleefd”.

Inmiddels was zijn vrouw Irma er ook bij komen staan en moest ik uitleg geven hoe ik de Multi-sleur zo in elkaar had geknutseld. Hans wilde gelijk een foto maken om deze aan zijn vriend te laten zien want hij had ook jarenlang met een Alpen Kruizer gereisd.

Inmiddels was er een behoorlijke wind komen opzetten en ik begreep meteen waar al de die surfzeilen voor waren. Zeker het kitesurfen is een geweldige grote, populaire sport en heel spectaculair om te zien.

In de middag tussen 12.00 en 13.00 uur komt plots de wind opzetten en gaat dan flink door tot windkracht 5 of 6 zelfs! Na een aantal uren is het weer over en heerst er weer rust.

Hans komt later in de middag nog langs om te vragen of ik ook zin in een biertje heb en dat is niet tegen dovemansoren gezegd.

Gezellig een aantal uurtjes zitten kletsen. Hans en Irma wonen in Sankt Moritz en zijn ook fervente kampeerders maar reizen nu met een camper Europa in de rondte. “Wel met weemoed,” zegt Hans, “want het ouderwetse kamperen trekt nog altijd.”

De avond valt en Venetië roept!

 

Om 8 uur ben ik klaar met het inpakken en ga ik richting Venetië.

Het is al een drukte van belang als ik rond 10 uur in de haven ben.

De boot uit Griekenland is reeds afgemeerd en begonnen met lossen.

Uiteraard zijn er mensen bij die al een aantal uren staan te wachten.

Zelf vind ik 10 uur al vroeg, dat is nog vier uur voor vertrek.

Maar in de rijen die er nu al staan hoor ik mensen zeggen dat ze hier vanochtend 7.30 uur al waren en dan maar wachten bij een temperatuur van 30 graden!  Leuk toch?

Bij het aanrijden had ik al mensen zien lopen met tickets. Dan is de Ticket Office open, dacht ik.

Multisleur en auto geparkeerd en op naar het Office Center.

Daar wachtte mij niet zo’n leuke mededeling. Mijn papieren zouden niet in orde zijn. Ik had zoals altijd op 20 nov. 2010 reeds geboekt voor de auto en aanhanger “ Multisleur”, maar de afmetingen klopten niet en of ik maar even 116 euro bij wil betalen.

Stomverbaasd vraag ik hoe dat nou kan? Hier is de bevestiging dat Minoan Lines akkoord is met de boeking.

“Dat is een fout.” zegt de baliemedewerkster. “Zo kunt u niet boeken, u moet voor een caravan betalen en de maten die u heeft opgegeven  zijn geen caravanmaten maar voor een bagagewagen.”

Ik zeg tegen de dame dat het een bagagewagen is met een daktent erop en dat ik niet akkoord ga dat ik moet bijbetalen. Ik wil haar chef graag spreken. Na een half uur mocht ik terugkomen,  dan zou hij er zijn.

Inmiddels heb ik een tekening gemaakt van de auto plus Multisleur en ben weer keurig in de rij gaan staan.

De chef arriveert en gaat in conclaaf met de baliemedewerkster.

Maar veel schot zit er niet in. Hij nodigt mij uit om in zijn kantoor te komen om de zaak nog eens te bekijken. Dat had niet zo veel zin. Hij bleef bij zijn standpunt en wie de fout gemaakt heeft, wilde hij ook niet zeggen. Het is

of bijbetalen of niet mee.

Creditcard uit mijn zak en toch maar bijbetalen; ik had geen andere keus!

Deze boot missen zou een catastrofe zijn, want met de volgende boot zou ik nooit op tijd in Thessaloniki kunnen zijn waar Renée zaterdag aankomt per vliegtuig. Maar er volgt uiteraard nog een pittige mail naar Minoan.

Intussen zit ik nu aan boord op het campingdek op een redelijke ruime plaats en heb ik deze foute start maar snel naar de achtergrond geduwd en geniet nu van een heerlijke koude Ouzo!! 

Vanmorgen aangekomen met een goed humeur.

Om 11.30 uur van boord en rechtstreeks naar camping Elena waar ik zeer gastvrij wordt onthaald.

 

En weer is de Multisleur het middelpunt van de belangstelling.

Er staan twee Nederlandse echtparen op deze camping die heel graag willen weten hoe het een en ander werkt.  

Uiteraard ben ik bereid om mijn Multisleur geheimen te delen.

En zij hebben ook voor mij waardevolle info over Turkije. Een van de echtparen had al vier maal een rondreis met de caravan gedaan en bezorgde mij uitstekende tips.         

Voor de rest van de dag heerlijk genieten van de rust en het mooie weer morgen gaat het verder richting Thessaloniki

                                        

Klaar voor vertrek richting thessaloniki

 

Het is vandaag 01/07/2011. Ik ben vanmorgen om 8 uur vertrokken van camping Elena.

Het lag in de bedoeling om vandaar naar Thessaloniki te reizen .

Maar onderweg heb ik de route gewijzigd en ben afgebogen richting de Meteora kloosters.

Wij zijn hier al twee keer eerder geweest, maar het blijft heel bijzonder om hier rond te kijken.

Het is ongelooflijk fascinerend om de kloosters bovenop de rotsen te zien liggen.

En ook camping Kastraki is geweldig om te zijn.

Als ik was doorgereden naar Thessaloniki, had ik morgen de hele dag moeten rondhangen in de buurt van de luchthaven want Renée landt pas om 18.30 uur.

Nu heb ik morgen nog een aardig tripje voor de boeg door dit prachtige gebied.

 

Gebied rond de Meteora kloosters

 

Na een perfecte nacht, goed uitgerust en een lekker ontbijt ga ik afrekenen bij het restaurant. Ik krijg traditioneel een mooie icoon.

Om een uur of tien begin ik aan de reis richting Thessaloniki. Eerst naar Trikala en dan Larissa. Een kilometer of 20 voor Larissa buig ik af naar links om te beginnen aan een wonderschone tocht naar de hoogste top van Griekenland: de Olympos. 2917 meter hoog en gelegen in het Olympos National Park .

Vervolgens gaat het richting Katerini over weg nr. 13, één van de mooiste wegen in deze regio.

Wat opvalt hier is dat er om de 500 m. heel veel bijenkasten staan. De weg is 62 km. lang en werkelijk adembenemend mooi.

Uiteindelijk kom je dan toch weer op de autobaan terecht en gaat het verder naar de luchthaven van Thessaloniki.

Om half 5 zoek ik een plaatsje voor de auto en de Multisleur en ga kijken of alles op schema gaat met Renée.

In de aankomsthal staat de vlucht aangegeven op de exacte tijd (om 18.30) dat loopt dus op rolletjes denk ik.

Maar een kwartier later krijg ik een sms van Renée dat het vliegtuig nog steeds in Londen aan de grond staat wegens een ziek kind aan boord, dat eerst moet worden gezien door een arts. Met 2 uur vertraging vertrekt uiteindelijk het vliegtuig.

 

Inmiddels ben ik naarstig op zoek naar een camping want om al die tijd op het vliegveld rond te hangen is ook niks.

Eerst maar eens langs de kustweg waar volgens mijn kaarten een camping moet zijn. Na 35 km. nog steeds geen camping te zien,dus stop ik bij een tankstation om maar eens te infomeren hoever het nog is. De pompeigenaar, die heerlijk voor zijn toko zit, kijkt mij verbaasd aan en zegt:” Hier in deze regio is helemaal geen camping en u moet terug en dan richting Kassandra”.

Dan maar weer terug richting luchthaven een even voor het vliegveld richting Kassandra.

Een km. of 15 verder komt er een bord met een aanduiding van een camping en dat ga ik dan maar gelijk volgen.

Rijden, rijden en nog eens rijden maar nog steeds geen camping. Uiteindelijk kom ik in een plaatsje en ben ik het spoor helemaal bijster. Eerst maar weer eens vragen.

Een jongeman zegt dat er wel een camping is en probeert mij uit te leggen dat het nog ongeveer 2 km. is.

Maar daar komen nog wel een paar km. bij! Aangekomen bij de zogenaamde camping val ik bijna achterover van schrik. Twee parkeerplaatsen zo groot als 3 voetbalvelden, helemaal vol met auto’s en een keet en lawaai van discodreunen. Alles wat ik kan vinden maar geen ingang van de camping.

Een beetje moedeloos rij ik maar weer richting de luchthaven en na 5 km. spit ik eerst maar eens een paar campingboeken door. Ik vind nog een camping met de naam Aigeas camping alleen is dat weer een km. of 25 verder.

Maar al het zoeken wordt toch beloond met een prachtig klein kampeerterrein aan zee ( na een zoektocht van inmiddels anderhalf uur.)

Snel de Multisleur geparkeerd op een plaats; de daktent open en klaar is Kees.

Nu nog even terug naar het vliegveld om Renée op te halen. Ik had ongeveer berekend dat ze even na achten zou kunnen arriveren.

En of het van te voren was afgesproken 200 meter voor het vliegveld gaat de telefoon. “Ik ben er” zegt Renée.

“Loop maar naar buiten en steek de taxistraat over, dan zie je mij vanzelf komen” zeg ik.

Nu nog even terug naar het paradijs aan zee. Dat is een klein half uurtje en de vakantie kan echt beginnen.

 

Alexandroupoli naar Istanbul

 

Dinsdag 5 juli 2011

Na twee dagen in Alexandroupoli zijn wij vanmorgen doorgereisd richting Istanbul.

Een evenement op zich is het passeren van de grensovergang van Griekenland naar Turkije.

Bij het verlaten van Griekenland kom je een in stuk niemandsland dat nog altijd goed bewaakt wordt door:  vòòr de rivier de Griekse militairen, dan òp de brug Turkse militairen. Een beetje angstaanjagend is het wel, al die goed bewapende mannen met het geweer in de aanslag.

Bij het eerste Turkse hokje zit de politie die de paspoorten controleert en heel vriendelijk zegt dat ik door mag rijden naar het volgende hokje.

Daar zit zowaar een nog vriendelijker man die zegt dat we eerst een visum moeten gaan kopen in hokje 3. Als we dat hebben mogen wij ons weer melden bij hokje 2.

Vervolgens krijgen we keurig een aantal stempels en kunnen door naar hokje 4.

Hier worden nogmaals alle autopapieren, rijbewijs en paspoorten nagekeken en in de computer opgeslagen.

Dan mogen we door naar hokje 5, daar wacht ons een warm onthaal. De vrolijke douanier vraagt ons al kauwend op een broodje naar de autopapieren van de auto èn van de Multisleur .

Als ik hem uileg dat wij maar één kenteken hebben voor beide voertuigen moet hij lachen, graait in een broodzak en zegt:” Now you first eat”. Ik schiet in de lach, pak het broodje beleefd aan en mag doorrijden Turkije binnen.

Nu op zoek naar camp Simuzkum in de buurt van Istanbul, waar onze eerste overnachting zal zijn.

In drie dagen proberen wij in Cappadocië te zijn. Om niet hele dagen in de auto te hoeven zitten hebben wij de trip zo verdeeld dat we maximaal 550 km. per dag rijden.

De ontvangst op camp Simuzkum is warm en hartelijk. De eigenaar van de camping vindt het jammer dat we maar een dag blijven. Ik beloof hem dat we zeker nog een keer terug komen.

De eerste nacht op Turkse bodem. 

Morgen verder naar Ankara

 

Vallei Devrent Cappadocië

 

Zaterdag 9 juli 2011

Vanmorgen om half 6 hoorde ik wat geroezemoes overal rond de camping. Ik ben gelijk maar eens gaan kijken wat het allemaal is en zag in eerste instantie 1, maar even later wel 50 ballonvaarders hangen boven het massief van Cappadocië.

Het is net of je droomt of in een bioscoop naar een film zit te kijken.

De wereld hier lijkt op een sprookje van duizend en een nacht. Heel fascinerend om te zien hoe de ballonvaarders met de mand vol gasten omhoog gaan en dan de ballon weer in een vallei laat zakken.

Bij navraag blijkt dat het hele spektakel al om 5 uur in de morgen begint.

Rond zes uur hangen er dan wel 50 ballonnen in de lucht. Het is werkelijk een adembenemend schouwspel.

En dan het landen dat rond 7.00 uur begint.

In en rond het dal zie je overal four wheel drive auto’s en busjes racen om maar zo snel mogelijk bij de ballon te komen.

5 mannen vliegen uit de auto en snellen naar de ballon toe die een lang touw uitgooit. De mannen grijpen het touw en remmem daarmee de ballon met loodzware korf af. Met soms wel 12 mensen aan boord is het een zeer fascinerend schouwspel wat zich voor onze ogen afspeelt in de vallei van Devrent.

 

Om 10.00 uur besluiten we naar de vallei af te dalen via een prachtig wandelpad. Na ongeveer een half uur komen we op een kruispunt van paden waar een noten- en zuidvruchtenverkoper zijn waren aan de man probeert te brengen.

Onmiddellijk komt er een schaaltje met allerlei lekkernijen op ons af. We moeten zeker alles eerst maar eens proeven.

Na wat noten en zuidvruchten te hebben geprobeerd gaan we voor de abrikozen, pinda’s met sesamzaad en vijgen.

Zo, van de honger zullen we op deze trip niet omkomen.

De verkoper legt ons ook nog uit hoe we onze wandeling kunnen voortzetten.

Uiteindelijk zijn we na een uur bij de volgende stop: een koffietent midden in de vallei en een behoorlijk eind van de bewoonde wereld.

 

Weer worden we allerhartelijkst ontvangen.

Deze keer zien we dat er ook appelthee wordt geschonken, één van mijn favorieten en daarbij krijgen we pruimen van eigen boom.

Ongelofelijk zo diep in de vallei, toch redelijk ver van de bewoonde wereld uitbater zijn van een koffie annex theehuis.

Na ongeveer twee uur besluiten we om weer terug te keren omdat we ook nog niet goed de weg weten. Alles lijkt op elkaar en het is dan ook het advies om lange en verre wandelingen niet zonder gids te doen.

Na ongeveer een uur steil klimwerk zijn we weer terug op onze camping die boven op de rand van de vallei ligt.

Voor de rest van vandaag hebben we alleen nog wat boodschappen halen gepland en verder rust.

 

Ürgüp is voor ons het beste om inkopen te doen bij de plaatselijke super. Het is nog wel met handen en voeten praten om het een en ander in het mandje te krijgen maar ook hier weer een grote mate van hulpvaardigheid en gastvrijheid. En dat gaat ver; daar komen we achter als ik naar de auto loop en er een bonnetje achter de ruitenwisser zit.

Renée pakt het en ik zeg:” zeker reclame”. “Nee dat is bon voor parkeren” zegt Renée. Een beetje paniekerig kijk ik rond. 

Ik zie nergens een betaalautomaat.

De twee jongens van de supermarkt staan te lachen en maken het gebaar van bonnetje stuk scheuren. De een komt naar de auto, pakt de bon en scheurt het doormidden en loopt schaterlachend terug.

Wat blijkt, als je in de hoofdstraat parkeert krijg je altijd een bon die dan later wordt geïncasseerd door de parkeerwachter die de straat heen en weer loopt. Op het bonnetje staat de tijd van aankomst en als je weg gaat betaal je voor de tijd die je daar hebt gestaan. Simpel toch, maar je moet het eerst wel weten.

Zo komt er een einde aan dag een.

 

Vandaag wordt de plaats Ürgüp eens flink onderhanden genomen.

Gisteren hebben we gezien dat hier wel het een en ander is te bekijken.

Renée had uitgevogeld dat het ook nog marktdag is en dat is een belevenis op zich.

Heel veel boeren uit de omgeving prijzen hun waren aan. Ook de tapijtverkoper, de pottenbakker en de schoenenverkoper, ja wie is er eigenlijk niet.

Wat ons opvalt zijn de enorm lage prijzen die voor het een en ander betaald moet worden.

We kochten een kilo kersen, de mooiste die je maar kan bedenken voor € 1.29. Daar krijg je in Nederland waarschijnlijk een ons voor.

Op de markt worden we wel aangestaard of we van Mars komen.

Maar iedereen is hulpvaardig.

Doordat ik met de camera loop, willen er ook wel een paar mensen dat er een foto van hen gemaakt wordt. Dat levert dan weer hilarische taferelen op.

Een aantal koopmannen zitten heerlijk bij elkaar uit de zon hun ontbijt te verorberen en ik vraag of het lekker is in mijn beste Turks.

We moeten onmiddellijk aanschuiven en er moet ook een foto van de kooplui gemaakt worden. Daarna wordt op een stukje karton het adres geschreven ( nee e-mail doen wij niet aan!) en moest ik plechtig beloven deze foto op te sturen op straffe van onthoofding als ik dat niet doe.(Wel graag 5 stuks, want de heren zijn met z’n vijven.)

Ik vindt het fantastisch om te zien hoe de mensen met elkaar om gaan.

Verder op de markt worden we aangesproken door een heel oud boertje dat we vooral zijn gedroogde vijgen eens moeten proberen.

De vijgen worden keurig doormidden gescheurd en aan ons aangeboden. Heerlijk.

Even verderop staat een stand van een plaatselijk bandenbedrijf.

Het mandje snoepjes komt te voorschijn en er moet uiteraard een foto gemaakt worden en dit keer wèl per e-mail worden opgestuurd.

(zonder onthoofding)

En dan nu maar naar het beste koffie en theehuis en bakkerij.

Voor een appelthee met een heerlijk gevuld klein eclair taartje.

We vervolgen onze strooptocht door Ürgüp en bezoeken de plaatsen

waar vroeger de mensen in holen, uitgehakt in de rotsen, woonden.

Daarna maken we een rondtoer langs de diverse hoogtepunten in de vallei en maken een plan voor de komende dagen. Er staan nog een aantal bezoeken op stapel zoals de 2 open air museums en de plaatsen die rond de vallei liggen.

 

Museumdag in Zelve

 

Maandag 11 juli 2011

Vandaag een museumdag. We besluiten zeer vroeg op pad te gaan.In de Trotter wordt daar ook een melding van gemaakt: zorg dat je bij openingstijd voor de poort staat.

Wij zijn om 7.30 uur van de camping vertrokken na een klein ontbijt (knäckebröd en koffie) de bakker was nog niet open voor vers brood.

Na een half uur zijn we in Zelve waar het Open Air Museum is gevestigd.

Het was ons al meer gelukt door extreem vroeg te zijn, in alle rust mooie plaatjes te schieten en te genieten van wat er allemaal te zien en te beleven valt.

De schrik slaat ons om het hart als we rond vijf voor acht de poort naderen. Er staan al vier bussen op de parkeerplaats!! (200 man!)

 

Er zijn er meer op de gedachte gekomen vroeg uit de veren te komen.

Tot overmaat van ramp is ook de toegangspoort nog gesloten en is het ticket office ook nog dicht.

Na 20 minuten wachten komt er een klein oud autootje aangescheurd met twee jongenmannen die heel verhit en alsmaar buigend hun verontschuldigingen maken.(waarschijnlijk verslapen)

De poort en loketten gaan open en gelukkig hebben de reisleiders van de bussen de tickets al verdeeld en hoeven die mensen niet nog in de rij voor een kaartje.

Dan het museum zelf. Werkelijk een fantastisch hoogtepunt hier in Cappadocië. Zeer indrukwekkend hoe de mensen in de holen, die zijn uitgehakt in het massief, leefden.

 

Na twee uur hebben we alles bekeken en is het tijd voor een echt Turks ontbijt.

Een specialiteit is een soort hele dunne pannenkoek met de naam gözlemem. Die wordt heel dun uitgerold en daarna bestrooid met aardappels en kaas en dan dubbelgevouwen en vervolgens op een hete steen gebakken. Erg lekker en daarbij onze favoriet: appelthee.

Dan gaan we naar een plaats waar hoge feeën- schoorstenen staan.

Ook weer niet te bevatten dat dit ooit zonder ook maar één mensenhand is ontstaan.

Vervolgens gaan we naar Cavusin om een kerk, uitgehakt in de rotsen, te bezoeken. De kerk waar een gedeelte van is afgebroken door een aardverschuiving waardoor een deel van wat voeger binnen was nu buiten aan alle weersinvloeden ten prooi is. De fresco’s binnen zijn nog in een schitterende staat, vooral het gewelf is heel bijzonder.

 

De middag wordt door gebracht op de camping waar we om een uur of vier naar het terras gaan waar we internet kunnen gebruiken. Yasser, de campingbaas, ontvangt ons met het lied: Als de lente komt dan stuur ik jou Turken uit Amsterdam De man heeft een humor als een cabaretier en we hebben dan ook onder het genot van een glaasje thee heel veel plezier. Allerlei anekdotes worden van stal gehaald, onder andere van een Nederlands echtpaar die de al eerder gebruikte theezakjes op de balustrade hadden gelegd.

De man die de camping schoon houdt wilde de zakjes in de vuilnisbak gooien maar dat leverde heel veel weerstand op. Het echtpaar wilde de theezakjes de volgende dag nog eenmaal hergebruiken.

Wat ons Nederlanders dan weer de naam bezorgd erg zuinig te zijn.

 

Die avond gaat het zo stormen dat we besluiten morgen naar centraal Anatolië te gaan. Dat is ongeveer 100 km. naar het westen waar de prachtige vallei van Ihalara moet zijn.

We zijn nu neergestreken in de plaats Akaseray bij Otel Agacli. Super chique met alles er op en aan.

Ze hebben hier een twintigtal kampeerplaatsen ingericht in de tuin van het hotel. En deze plaatsen hebben we voor ons alleen.

De gasten van de camping mogen ook hier van alle faciliteiten van het hotel gebruik maken. Echt super.

Klaar voor een van de opwindendste, ruigste expeditie in een weelderige kloof met hier en daar kleine kerkjes.

Morgen gaan we aan de onderneming beginnen.

 

Ihlara Canyon

 

Dinsdag 12 juli 2011

Vanmorgen zijn we erg vroeg uit de veren. We gaan vandaag naar een kloof in Ihlara.

Dat is een gebied 40 km. ten zuid oosten van Aksaray. In deze kloof is een fantastische en hele spectaculaire wandeling uitgezet.

We vertrekken om 7 uur uit Aksaray en zijn een goed uur later in Ihlara.

Onderweg hebben we al een paar kleinschalige campings gezien. In het dorp stoppen we en vragen aan een voorbijganger of hij soms een camping voor ons weet.

“Ja natuurlijk”, antwoordt de man. “ Kom maar mee, 100 m. terug is een Pension annex camping en mijn zoon werkt daar ook”.Hij spreekt een beetje Nederlands, want hij heeft een poosje in Rotterdam gewerkt.

Even later staan we in de tuin van het pension met onze Multisleur.

Voor stroom zal hij ook zorgen. Hij pakt zijn telefoon en belt een poosje. Daarna gaat hij weg. Even later komt er een jongen van een jaar of 15 en hij pakt van ons het snoer voor de elektra aan en laat ons de douche en het toilet zien.

Ook wil hij ons eerst thee aanbieden voor we weggaan.

Hij spreekt een paar woorden Engels en met handen en voeten kom je ook een heel eind. Ook het boekje Turks op reis helpt af en toe. Dan vraagt hij iets dat we niet begrijpen.

Geen probleem: Hij start de computer op, zet de vertaalmachine aan (Engels – Turks) en vraagt wat we gaan doen vandaag en wanneer we terug zijn.

Om 9 uur starten wij de wandeling en lopen het dorp uit. Na een km. of twee zien we de Canyon liggen. Een gapende scheur met loodrechte wanden en in de diepte zien we een klein riviertje lopen.

Een zeer imposant gezicht.

We dalen af en worden verrast door een geweldig brok natuur.

Zeer imposant zijn de grote aantallen enorme rotsblokken die uit de loodrechte wanden zijn komen vallen. Als je naar de wanden van de Canyon kijkt zitten er over al enorme scheuren en je denk dat er ieder moment er weer zo’n blok los zal laten!

We lopen eerst richting Belisirma. Onderweg zijn verschillende rotskerken te zien met nog allerlei redelijk goed uitziende tekeningen. Overal zie je een deel van de Bijbelverhalen uitgebeeld.

Natuurlijk is er weer een klein restaurant, waar we thee en gözleme kunnen bestellen. Thomas kiest voor de honing en ik voor de kaas.

Wanneer we verder lopen blijken we na een paar honderd meter bij een uitgang te staan. Daarvandaan gaat geen bus terug naar Ihlara, dus zit er niets anders op dan terug te lopen.

We hebben over de heenweg 2 ½ uur gedaan. We zijn echter in 50 min. terug onderaan de trap van het startpunt. Dan zien we dat je ook de andere kant nog uit kunt lopen en dat daar ook nog twee kerken zijn.

Na even gezeten te hebben gaan we toch weer op pad. Aan de kaart te zien moet je aan het eind van deze kant ook in Ihlara uitkomen. Het is een beetje zoeken , maar we komen er. Maar dan………. We komen op een soort zandpad op een heel andere plaats uit dan waar we vanmorgen begonnen zijn. Je kunt er vier kanten uit en natuurlijk staat er nergens een bord. Wel komt er ergens luide muziek uit een huis. Er blijkt een bruiloft aan de gang te zijn. Alle mannen zitten met de bruidegom bij elkaar. Er is geen bruid te zien! (en ook geen vrouw)

De vader van de bruidegom spreekt zeer goed Engels. (Hij blijkt ook in Londen te wonen en werken.)

Hij brengt ons met zijn auto naar de hoofdstraat terug, zeker 2 km. omhoog. Daarvandaan vinden we het pension weer waar de Multisleur staat.

We worden ontvangen door Ramazan (de jongen van vanmorgen) en krijgen gelijk een fles water en thee. Ook wordt er gezorgd dat we een internet verbinding krijgen.

Dan is er ineens telefoon voor ons????

Wat blijkt; Ramazan heeft zijn vader gebeld om te onderhandelen over de prijs voor één nacht staan en gelijk wordt gevraagd of we ook willen eten ’s avonds en hoe laat we dat willen.

We kunnen kiezen uit vis. Prima.

De rest van de middag worden we overladen met thee, fruit en veel aandacht.

We zijn benieuwd wat het vanavond wordt.

 

Het meer van Egirdir

 

Vrijdag 15 juli 2011

Het is tien over vier in de vroege ochtend als Renée en ik rechtop in bed elkaar aan kijken, wat is dat ?

We staan in de tuin van een klein pension, maar ook recht onder de Minaret van de moskee waar de Imam zijn dagelijkse stuk uit de Koran gaat voorlezen.

En dat gaat met zo’n heftig geluid uit twee enorme luidsprekers, dat je daar echt wel wakker van wordt!

De avond daarvoor hebben tijdens het eten gevraagd of het geen probleem is als wij ’s morgens om een uur of zeven willen vertrekken omdat we een lange reisdag voor de boeg hebben.

“Iedereen is hier altijd vroeg” antwoordde de pensionhouder, dat is echt geen probleem.

Maar ja het is nu pas 04.10 uur en voor mijn vriend de Imam al de verzen heeft voorgelezen zijn we een half uur verder.

We proberen nog wat te slapen maar dat lukt niet meer. Om 05.15 uur sluip ik het bed uit en ga maar vast thee water maken en de spullen verzamelen voor vertrek.

Klokslag 06.00 uur vertrekken we heel zachtjes uit de tuin van de gastheer en gaan richting Selime, waar een schitterende kathedraal en kloosters zijn uitgehakt in de rotsen.

Er is een mooie parkeerplaats bij met bankjes, en hier ontbijten we.

Na nog wat foto’s te hebben geschoten gaan we op pad richting Egirdir. Een plaats aan een schitterend meer dat ligt op een hoogte van 950 m. met een prachtig strand. Ideaal om een beetje bij te komen van alle uitstapjes en vermoeinissen van de afgelopen weken.

 Om half drie in de middag arriveren

we bij de camping. We gaan ons melden. Het blijkt een soort van municipal camping te zijn die gerund wordt door zeer ijverige mensen. Met een man of vier willen ze ons wel helpen.

Er komt een gezellige discussie op gang. Wat is de Multisleur: een tent of een caravan?

De camping is verdeeld in twee zones. Er is plaats voor 4 caravans en er is een tentenveld. Uiteindelijk mogen we plaats nemen op het caravanterrein. Dit alles heeft te maken met het tarief wat je betaald. Voor een caravan betaal je 20 lira en voor een tent maar 10 lira. (10 lira = € 4,30)

Het grappige is nu dat we op de duurdere plaats staan, maar het tententarief betalen.

Plus hebben we ook nog een sleutel van één toilet en één douche, die alleen door de mensen van de caravanplaats gebruikt mogen worden.(De mensen op het tentenveld hebben hun eigen voorzieningen.)

We besluiten er nog een dag aan te knopen omdat volgens ons handboek, de Trotter van Turkije, de markt in Egirdir een must is als je in de buurt bent. Toevallig is de markt de dag na aankomst.

Op de camping gaat er ook gezellig aan toe. Nauwelijks geïnstalleerd komt er een dame naar ons toe om te vragen waar wij vandaan komen. We hadden haar al Turks horen spreken, er zijn geen buitenlandse toeristen.

Het blijkt een van oorsprong Duitse te zijn die in 1994 naar Turkije gemigreerd is met haar man. Zij hebben de Turkse nationaliteit aangenomen en spreken de taal.

Wij worden later op de middag uitgenodigd op de koffie om gezellig nog wat te praten. Bovendien worden we voorzien van tips. Naar goed Duits gebruik zijn de tafels aan elkaar geschoven en ook de medekampeerders van de andere caravans zijn uitgenodigd.

Dat zijn twee families uit Ankara. Het is heel gezellig, we beginnen met ijs en daarna koffie.

’s Avonds worden we nogmaals op de thee uitgenodigd en een van de familieleden speelt heel verdienstelijk op zijn gitaar.

 

En dan de markt. Het is zoeken naar een parkeerplek. Je zet je auto gewoon daar waar je moet zijn. Het gevolg is dat alles kris kras door elkaar staat en ook gewoon dubbel geparkeerd. De weg loopt ook nog dwars door de markt heen en toeteren is hier heel gebruikelijk. Daarmee geef je aan dat je iemand gezien hebt! En we worden veel “gezien”!

Er is van alles te koop. Kleding, schoenen, huisraad, speelgoed, gereedschap, tassen en er is ook een groot deel met groente en fruit waar kleine boertjes gebroederlijk naast grote kramen zitten. Ook hier zien we weer dat verschillende kooplieden samen zitten te eten op momenten dat ze toch geen klanten hebben.

Bij de kramen met huisraad gaat Thomas op zoek naar Turkse theeglazen. Het zijn net kleine bloemenvazen. Je kunt er thee indoen en dan toch je handen niet branden aan het hete theewater. We vinden ze en vanaf nu kunnen we de appelthee echt op z’n Turks drinken.

Op het schiereiland, waar Egirdir op ligt, staat ook een moskee. We lopen er een rondje omheen en zien door een raam dat er een groepje kinderen les krijgt. Onmiddellijk komt één van de twee leraren naar buiten en nodigt ons uit om binnen te komen kijken. Renée krijgt een extra hoofddoek over haar hoofd en de schoenen hoeven niet perse uit, maar we doen het wel.

Dan krijgen we een uitleg over het gebouw en over hoe je de koran moet lezen. Thomas mag zelfs foto’s maken. De kinderen komen er nieuwsgierig bij staan en willen ook op de foto. Dat vragen ze niet, maar ze zorgen zelf wel dat ze in beeld komen!

Na de rondleiding gaan we via de markt, waar we groente, fruit en vis kopen weer terug naar de auto.

Op de camping gaat onze buurman die voor ons aan het water staat net vertrekken.

Die plaats is helemaal in de schaduw en ongeveer 10 m. van het water af. We verzetten de Multisleur en genieten van het uitzicht en later van de heerlijke vis op de grill.

 

Via Pamukkale naar Efeze

 

Maandag 18 juli 2011

Om 8 uur rijden van de camping. We zijn op weg naar een nieuw hoogtepunt in deze reis.

Een bezoek aan de schitterende witte waterterrassen van Pamukkale. Een witte rots van steen of kalk die travertijn wordt genoemd en die ruim 100 m boven het dorp uittorent. Bij aankomst in de plaats Pamukkele worden we opgevangen door een man op een scooter die vraagt of we een camping zoeken. Ja dat klopt. Rijdt maar achter mij aan dan kun je kijken of het je wat lijkt.

We komen op een mooi, klein, groen grasveldje, achter een hotel, met voldoende schaduw en met keurige douches en toiletten, dus niks mis mee!

Nadat we ons hebben geïnstalleerd komt er nog een daktent de camping oprijden en daarna nog een.

Dat is wel heel bijzonder, op een kleine camping met vier kampeerders, 3 daktenten. Zou iedereen daktent kamperen leuk gaan vinden? Wanneer we net gaan lunchen komt een meisje van de camping rond met thee voor iedereen die dat wil.

In de avond maken we een wandeling richting de prachtige rots die nu gedeeltelijk is uitgelicht. Jammer dat je gelijk ongeveer wordt besprongen door uitbaters die je maar in hun toko willen hebben. Of het nou om een restaurant of een souvenirwinkel gaat, dat maakt niet uit. Allemaal proberen ze je naar binnen te trekken.

Daarna strijken we neer op een terrasje om een lekkere appelthee te drinken. Er komt nog een echtpaar aanlopen en we horen de man duidelijk in het Nederlands tegen zijn vrouw zeggen: “Gaan we hier zitten of wil je ergens anders?”

Ze gaan zitten en bestellen iets te drinken.

Op het moment dat ze doorhebben dat wij ook Nederlanders zijn wordt onmiddellijk van taalsoort veranderd. Het lijkt op een van de Scandinavische talen. Een beetje zielig is dat gedrag wel maar ja, ieder zijn plezier. Het kan: je afkomst voor medelandgenoten verstoppen.

We besluiten vroeg de kooi op te zoeken want we willen morgen bij zonsopgang de rots oplopen. Ten eerste voor het mooie licht, ten tweede: het is nog lekker koel en ten derde: de horde bussen met toeristen zijn nog niet gearriveerd.   

Het is zo handig, die vriend Imam van Thomas. Hij zorgt ervoor dat we weer vroeg uit de veren zijn! We lopen na een vlug ontbijt 06.15 uur de ingang van de witte rots in. Er is nog niemand, alleen de kaart

verkoper zit in zijn kantoor. (Je kunt hier 24 uur per dag terecht.) We kopen een kaart en lopen omhoog. Al snel zijn we bij het punt waar je de kalk oploopt. Nergens staat dat we

onze schoenen uit moeten doen en er is ook niemand die we het kunnen vragen. We lopen op onze schoenen, al fotograferend langs de bekkens omhoog. Het is zoeken naar de weg om je voeten droog te houden! Het water komt in stomen naar beneden. Dan komen we bovenaan en zien het bord waarop staat dat je er alleen op blote voeten mag lopen. Oeps!!!!

We lopen verder en eigenlijk valt de rest ons een beetje tegen. Wat wel heel mooi is, is het theater. Daar staan we nog net met z’n tweeën. Op het moment dat we eruit gaan arriveert de eerste bus vol bezoekers die ook het theater ingaan.

Vanaf dat moment zijn we niet meer (bijna)alleen.

Terug naar de ingang lopen we nu keurig op blote voeten

langs alle bekkens. Het grappige is dat de bovenste drie bekkens vol toeristen ( vooral Aziaten) zitten en dat hoe lager je komt, hoe minder mensen er zijn. Beneden gekomen ontdekken we dat er wel degelijk een bord is dat zegt dat het verboden is om op schoenen te lopen. Alleen ligt dat bord plat op de grond. Thomas maakt een suppoost hierop attent, maar het lijkt tegen dovemansoren.

In de Trotter lazen we al dat de Turken wat slordig met hun cultuur omgaan en het lijkt erop dat dat klopt.

Terug op de camping hebben we tijd genoeg om verder te reizen.

De volgende stop is Efeze. We hebben in de Trotter een camping gevonden die in 2004 aanbevolen werd.

Bij aankomst worden we uiterst vriendelijk ontvangen door een Italiaanse vrouw. Zij laat ons de hele camping zien inclusief de kamers die ze verhuurt en de wijn die ze verkopen. Die wijn maken ze zelf en ook Mama in de keuken wordt geprezen om haar kookkunsten. Alle producten zijn biologisch en van eigen bodem.

We kiezen een plek en bij inschrijven blijkt dat de tarieven ineens in euro’s zijn. Voor Turkse begrippen is de prijs voor de camping erg hoog en ook is de prijs verdubbeld bij het genoemde bedrag uit de Trotter van 2004!!

Maar goed, we staan en hebben geen zin om nog verder te zoeken. Morgen zien we wel of we blijven of niet. De stemming slaat om op het moment dat er aan Thomas gevraagd wordt of we in het restaurant komen eten. Nee, we koken zelf. Ook kopen we geen wijn. Vanaf dat moment hebben we de indruk dat we niet echt welkom zijn.

De volgende dag zijn we al vroeg bij de opgravingen in Efeze. We moeten wachten tot het om 8.00 uur opengaat. Met de Trotter in de hand kunnen we de hele opgraving bewonderen.

 

Vooral de bibliotheek is heel erg bijzonder en goed bewaard gebleven. Ook nu zijn we de kuddes toeristen grotendeels voor. Veel groepen komen van cruisschepen die in de haven van Kusadasi aanleggen, “even Efeze aandoen” en dan weer verder varen.  Wanneer er een groep met een Nederlandse gids rond loopt luisteren we een poosje mee, maar omdat wij de route in omgekeerde volgorde lopen zijn we even later weer zelf op pad. Toch heel bijzonder dat hier ook Paulus rondgelopen moet hebben volgens de bijbel. Efeze is een aantal malen door een aardbeving getroffen en de volgende generatie mensen heeft de stad weer opgebouwd met de op dat moment moderne middelen. Het gevolg is een mengeling van verschillende bouwstijlen en culturen. Op dit moment wordt er druk gerestaureerd om alles zo goed mogelijk te reconstrueren.

Terug op de camping weten we bij het afrekenen zeker dat we met Italianen te maken hebben. Omdat we in Turkse Lira’s willen betalen wordt een veel te hoog tarief als koers gerekend.

Garden Camping in Efeze is zeker GEEN aanrader.

We vertrekken en staan binnen een half uur aan het strand van Pamucak. Wat een verademing, weer gewoon zelf een plekje kiezen en een duidelijke prijsafspraak! Het sanitair is veel beter en de prijs 27 % lager! We zijn terug aan de westkust van Turkije.

Nu eten we ’s avonds wel in het restaurant van de camping. We mogen mee naar de keuken om iets uit te kiezen, want nee….. een kaart hebben we niet. Het is moeilijk een keus te maken. Alles ziet er lekker uit. Is het dan een idee dat de keuken een mix samenstelt van de voorgerechten? Ja dat lijkt ons wel wat. We krijgen een heerlijke schotel met allerlei hapjes van bietjes tot zeekraal en van mild tot zeer pittig. Daarbij wordt een brood geserveerd dat heel bol staat en van binnen helemaal hol is. Ook het hoofdgerecht is een goede keus. Een mix van gehakt, tomaten en Turkse yoghurt.

Aan de tafel achter ons zit een gezin uit Nederland waarvan de vader Turks is. Na het eten zitten we gezellig nog een uurtje te praten.

Intussen worden er ineens op alle tafels flesjes “anti mug” neergezet. We hadden al begrepen dat er ’s avonds veel muggen zijn, maar deze service hadden we nog niet eerder meegemaakt. Iedereen om ons heen spuit zich in en geen mug waagt zich op het terras. Het schijnt dat die “aanval” ongeveer een half uur duurt en dan zijn ze min of meer verdwenen.

Voor de zekerheid hebben wij van te voren de tent goed dicht geritst en we overleven de eerste avond bijna zonder hinderlijke prikken.

Omdat het vakantie is, houden we een rustdag. We hebben weer zoveel gezien en gedaan de afgelopen dagen dat een dagje “zitten” geen straf is. We scharrelen wat op de camping, doen boodschappen en verder niets.

Morgen begint onze tocht verder naar het noorden.

 

Via Troje naar Griekenland

 

Donderdag 21 juli 2011

Inmiddels zijn we gearriveerd in het noorden van Griekenland.

Onze laatste bezichtiging die op het programma stond in Turkije, is Troje.

Wat je erover leest in de verschillende reisboeken is dat je niets mist als je er niet heen gaat.

Maar onze nieuwsgierigheid is zo groot dat we het niet kunnen laten om het paard van Troje van dichtbij te gaan bewonderen.

Een km. of 30 voor Canakkale  gaan we links af en dan is het nog 3 km. tot de opgravingen en het paard. Als we arriveren is het vol met bussen toeristen uit Korea.

De mensen luisteren ogenschijnlijk keurig wat de reisleider verteld maar zijn ondertussen ook heel erg druk bezig elkaar te fotograferen in allerlei poses. (Is het toch niet interessant genoeg?)

Zelden in mijn leven heb ik zo’n wanstaltige ding gezien als het paard van Troje en ik ben dan ook geneigd om de reisboeken in deze gelijk te geven. Dit moet een inspiratiebron voor Ikea zijn geweest.

Maar ik ontkom er ook niet aan en moet van Renée het paard besteigen.

Uiteraard worden er foto’s gemaakt onder, boven en voor het paard.

En dan kunnen we aan de rondleiding langs de oude opgravingen beginnen. Archeoloog Schlierman heeft hier veel werk verricht.

Nu zijn er wel een paar interessante dingen te zien. In 15 meter hoogteverschil zitten tien verschillende lagen in de aarde waar vroeger Troje is geweest.

Ik wil niet beweren dat je er zo maar voorbij moet rijden, maar erg boeiend vond ik het niet. Dat is uiteraard een persoonlijke mening . Mijns inziens wed je op het verkeerde paard als je eerst de Celsius bibliotheek hebt gezien in Efeze en dan het paard van Troje.

We vervolgen onze reis naar Canakkale waar we de Dardanelles oversteken. Het is een relatief korte overtocht van 20 minuten.

 

Een paar uur later zijn we weer bij de Turks Griekse grens en begint het feest met de hokjes weer.

Hokje één wil alleen autopapieren zien en begrijpt niet dat de aanhanger hetzelfde kenteken heeft als de auto. Maar we mogen toch naar hokje twee. Daar zit douane. Dus paspoorten en ook nog een keer autopapieren. Helaas voor ons is het TV programma dat meneer volgt net even interessanter dan wij, dus moeten we wachten tot hij even tijd heeft. Dan komen we bij hokje drie. Weer moeten we alles laten zien, maar nu ook vertellen waar we geweest zijn en of we het mooi vonden. Natuurlijk!! Met een stralende glimlach worden we naar hokje vier gestuurd. Weer de vraag waar het kenteken van de aanhanger is. Nee, in Nederland is de aanhanger gelijk aan de auto. Dan mogen we doorrijden naar het Griekse deel van de grens. Daar worden de paspoorten gecontroleerd en moeten we in de rij voor EU inwoners gaan staan. O jee, moeten we uitpakken? Voor ons moeten verschillende auto’s alles openmaken. Het valt mee. Wel moeten we uitleggen dat de Multisleur alleen bagage vervoert en een bed is en geen huisraad maar openmaken hoeft niet. We zijn na een halfuur grensperikelen weer in Griekenland! Opgewekt rijden we naar Alexandropolie. Helaas kunnen we geen plekje onder de rietenmatten meer krijgen, maar na enig zoeken worden we het eens met de juffrouw van de receptie en staan we weer.

Overmorgen vervolgen we onze strooptocht door Zuid Europa en gaan richting Albanië.

 

Griekenland,Macedonië en Albanië

 

Zondag 24 juli 2011

Vandaag een drie landentour. Vanmorgen in alle vroegte vertrokken van een camping 100 km. voor Thessaloniki. Na een rit van een uur of vier komen we aan de Macedonische grensovergang. Omdat Macedonië  geen EU land is verwachten we wel wat wachttijd, maar dat valt achteraf best mee.

We schuiven voorzichtig richting hokje één, maar hier geen enkel probleem. Dan naar hokje twee, ook hier gaat het heel soepel. Zonder ook maar iets te hoeven openmaken gaan we naar de Macedonische beambten. Een beetje stuurs kijkende politieman vraagt om de paspoorten en de belangrijk de groene kaart!!

Ze worden aan een grondig onderzoek onderworpen en na een minuut of 10 gaat het sein op groen en kunnen we door naar hokje twee.

Bij hokje twee is niemand aanwezig. Renée zegt: ”We kunnen zeker doorrijden”. Na twee minuten waag ik het er op en rij langzaam verder. Onmiddellijk een heel scherp fluitje!

Ik kijk in de spiegel en zie een beambte een beweging maken dat ik terug moet komen.

Ik schakel de auto in zijn achteruit, ga heel voorzichtig terug naar het loket en denk: dit wordt uitpakken tot de laatste kist.

Maar nee! Een hele vriendelijke douanier vraagt waar we naar toe gaan.  Naar het meer van Ohrid.

“Oh, u bent met vakantie! Goede reis en veel plezier!”

Ik slaak een zucht van verlichting want ik weet als geen ander, dat als je niet goed luistert naar de douane, de tijd aan de grens in het kwadraat kan oplopen. Maar deze hindernis is redelijk snel verlopen.

Dan op naar Ohrid. We moeten gelijk weer het tempo gaan rijden zoals in Turkije, om niet van de ene kuil in de weg naar de andere te springen.

Een keer gaat het bijna verkeerd als ik een spoorweg overgang niet op tijd zie, die zeker een halve meter dieper ligt.

De auto plus Multisleur komt bijna compleet los van de grond.

Gelukkig blijft alles heel. De klappen die deze Multisleur te verduren krijgt zijn echt ongelofelijk.

In Ohrid zoeken we naar een adres dat we een paar jaar geleden hebben gekregen op de vakantiebeurs in Utrecht. Het is een pension, en daar zouden we in de tuin kunnen staan.

We worden allervriendelijkst ontvangen en krijgen thee aangeboden. Het plaatsje voor de Multisleur blijkt aan de doorgaande weg en daarom besluiten we na de thee door te reizen naar Albanië.

Na ongeveer anderhalf uur komen we aan de grens met Albanië.

Daar gaan we keurig in de rij voor EU burgers en ook hier weinig problemen. Wel vraagt de douane wat we allemaal in onze Multisleur mee sjouwen. Alleen vakantie spullen. Ok, u kunt naar hokje twee.

Hier begint het grote voordringen. Allerlei figuren die lopend de grens oversteken gaan doodleuk voor de auto staan en schuiven mooi het paspoort door het loket.

En wij maar keurig in de rij! Ik stuur de auto wat strakker naar het hokje, zodat niet nog meer figuren deze streek uithalen en dat werkt.

En nu naar de Albanese douane. Die blijkt maar een hokje te hebben.

We rijden binnen een minuut weer een nieuw land binnen.

Via een website van een Nederlands echtpaar weten we de coördinaten van een camping aan het meer van Ohrid, waar we 16.00 uur arriveren. Het is een schitterend plekje aan het meer en we staan er maar met twee kampeermiddelen. Heerlijk rustig. Van onze Duitse buurman krijgen we nog een paar nuttige tips voor de route van morgen. We zijn benieuwd.

 

Van zuid oost naar noord west Albanië

 

Maandag 25 juli 2011

Na een heerlijk diner, afgesloten met een flinke slok Raki, zijn we ondanks het drukke verkeer op de weg, zo in dromenland.

Om 7.00 uur rijden we weer van de camping af richting het noorden.

Er rijdt ons een bruidsauto tegemoet (7.15 uur!) met daarin het bruidspaar in vol ornaat, de familie in versierde auto’s erachter. Allemaal proberen ze in beeld te komen van de camerawagen die ervoor rijdt. Wij denken dat het misschien wel een belangrijk of bekend persoon is die trouwt. Op dat moment weten we nog niet dat we in de loop van de dag letterlijk nog 40 van dit soort gezelschappen tegen komen. De één nog uitbundiger versiert en toeterend dan de ander. De gasten zitten letterlijk met zoveel mogelijk mensen in de raamsponningen van de auto’s, om vooral toch maar gezien te worden. Bij navraag blijkt dat er op dit moment ongeveer 1 miljoen, in het buitenland wonende Albanezen, terug zijn voor vakantie en de families wachten daarop met het plannen van een trouwerij! Dus 24 juli is niet een datum dat iedereen trouwt, maar het is wel een zondag in de vakantieperiode.

 

We beginnen aan een klim van 10 tot 15 % en dalen dan af naar Përrenjas.

Daar wacht ons een geweldige ontvangst! Langs de weg staan links en rechts tien tot vijftien tieners met een spuitende waterslang in de lucht te spuiten en allemaal proberen ze ons zover te krijgen dat we bij hen stoppen om onze auto te laten wassen.

Albanezen zijn heel erg trots op hun auto en die moet er de hele dag blinkend uitzien. Langs de hele route zien we in elke stad of dorp waar we door komen om de paar meter een autowasplaats.

Wat ons ook heel erg opvalt dat al die trotse Albanezen in een Mercedes rijden, van 30 jaar oud tot splinter nieuw.

De weg klimt verder met stukken tot 22 % stijgen en dalen richting Tirana. Het is een zeer gevaarlijke route met om de 100 m. een haarspeldbocht die alle Albanezen het liefst zo krap mogelijk nemen. Ze schrikken er niet voor terug om steeds in te halen. Om de paar honderd meter heb je ineens een tegenligger op jouw weghelft.

 

Via het vliegveld van Tirana komen we uiteindelijk in Bushat, waar de eerste camping van Albanië is. We worden vriendelijk ontvangen. Er staan op de camping partytenten klaar waar je naast kunt gaan staan zodat je gelijk schaduw hebt.

Wanneer we aankomen (Na 5 ½ uur reizen over 210 km.) staan er al twee medekampeerders, maar voor het uiteindelijk avond is groeit dat aantal tot 15 uit. Deze camping wordt heel veel gebruikt door mensen op doorreis naar of van Griekenland.

De volgende ochtend vertrekt bijna iedereen weer en staan we nog met drie andere mensen. In de loop van de dag druppelt het weer gezellig vol.

Wij gaan ’s morgens even in Shkodër kijken. Ook hier valt ons de bijzondere rijstijl van de Albanezen op. De Turken gebruiken hun spiegels alleen als decoratie, maar hier heeft iedereen zijn eigen rechten. Je hoeft hier nergens naar te kijken, je loopt, fietst, rijdt of “brommert” de kant op die jij wilt. Paard en wagen of ezelskarren rijden de voor hen kortste route.  Bij rotondes bepaal je zelf de rijrichting en ook of je de binnen of buitenkant gebruikt! Agenten staan er het verkeer te “regelen”, maar vinden alles goed. Alleen als je stopt bij een bank om geld te pinnen wordt je gemaand door te rijden naar een parkeerplaats die er niet is. (Of zagen wij hem over het hoofd?) Het is een heel bijzonder land!

 

Albanië uit via Montenegro naar Kroatië.

 

Woensdag 27 juli 2011

Na een gezellige avond met de Duitse buren en een goed glas Albanese wijn nemen we afscheid van Albanië.

Met een beetje tweeledig gevoel. Het is toch heel bijzonder om door een land te reizen dat zo lang voor de buitenwereld was afgesloten.

Zelf hebben we nu kunnen aanschouwen hoe het een en ander functioneert of juist niet. Je ziet van werkelijk straatarm, met zich door middel van ezelskarren voortbewegende mensen, tot hemeltje schatrijk met de duurste Mercedes onder hun achterste.

De tegenstellingen zijn heel erg groot en het is voor een

buitenstaander nauwelijks te begrijpen.

We laten een land achter ons wat zich de komende jaren in een razend tempo zal ontwikkelen.

Een beetje luguber is het wel dat een wacht met een Kalasnikof geweer de nacht op de camping doorbrengt om over ons te waken.

Daar kregen wij wel een komisch gevoel bij.

Voor de rest staat de rijstijl van de doorsnee Albanees gelijk aan zelfmoord.

Drie keer zijn we door het oog van de naald gekropen als er weer een kamikaze inhaalpoging werd ondernomen.

Na een uur zijn we aan de Montenegrijnse grens en maken we ons op voor 40 minuten schuifelen naar de grenspost.

Er loopt een douanebeambte de paspoorten en de autopapieren te verzamelen. Die verdwijnen vervolgens`achter een luikje en komen later weer bij ons terecht.

Voor Montenegro moeten we eerst € 10,- milieu belasting betalen en dan krijgen we een sticker voor op de voorruit en kunnen we weer verder.

De eerste 30 km. zijn geen pretje. De wegen zijn zeer smal en vol met gaten maar gaandeweg, als we de kust naderen wordt het beter.

Hier zien we gelijk dat het toerisme geld in het laatje brengt. Dat zien we aan de moderne supermarkten en de hoogbouw van flats en appartementen.

In ruim twee uur zijn we het land al weer door en kiezen we ervoor om met een pont over de Tivatski Zaliv te gaan, een overtocht van ongeveer 15 min. Het alternatief is om de baai heen rijden, maar met deze kwaliteit van wegen is elke kilometer meer er één te veel.

We hebben speciaal deze route genomen omdat het via de plaats Podgorica helemaal niet te doen is hebben we van verschillende kanten gehoord. Dat is vanwege het onderhoud aan het wegdek.

Nou dat kan geen kwaad!

Na een km. of 10 zijn we aan de grensovergang met Kroatië.

Het lange wachten kan beginnen! Het kost ruim een uur om Kroatië binnen te komen. Drie rijen dik met auto’s rollen we traag naar de grensovergang.

Mensen worden nerveus. Een dame holt met papieren in de hand naar de douane en de grenspolitie omdat ze, zo vertelt ze ons, een kind op het vliegveld moet afzetten, dat een vlucht naar Engeland moet halen.

Ze hadden nu nog 50 min. om de luchthaven van Dubrovnik te halen.

Ze vraagt beleefd aan ons of ze voor mag, wat wij uiteraard goed vinden.

Even later zijn we in Kroatië en gaan opzoek naar een camping in Molunat.

Deze is schitterend gelegen aan een baai op het uiterste puntje van zuiden van Kroatië.

Het blijkt een schot in de roos.  Zeer rustig en mooi in terrasvorm aangelegd. Het lijkt ons goed hier eens lekker uit te rusten van alle vermoeienissen van de laatste weken. En de weersvoorspellingen zijn ons goed gezind.

 

Luieren aan de golf van Molunat

 

Zondag 31 juli 2011

Na 6000 autokilometers eerst maar een aantal dagen uitrusten en alle indrukken die we hebben opgedaan verwerken.

Daar hebben we bij toeval een schitterend stukje Kroatië voor uit gezocht. Het stukje land wat van Dubrovnik naar de grens met Montenegro loopt en heet Konavle.

Het is een strook van 30 x 15 km. met een aantal leuke baaien.

Aan een van die baaien zijn we neergestreken: de golf van Molunat.

Er zijn hier twee kleinschalige campings. Een van 40 plaatsen en een van 25 plaatsen, mooi gelegen tegen de heuvels in terrasvorm.

We hebben onze kano voor de dag gehaald om eens lekker een beetje te peddelen in de baai.

Ook hebben we wat rondgetoerd naar de plaatsen Cilipi en Cavtat.

In Cilipi staat de op een na grootste kathedraal die na de Balkanoorlog weer in ere is hersteld.

We kregen uitleg van een dame die ons de verschrikkingen van deze oorlog vertelde en wat de mensen elkaar hier hebben aangedaan.

Dit smalle strookje land was uiterst kwetsbaar, ingeklemd tussen Bosnië Herzegovina aan de oostkant en Montenegro aan zuidkant.

Daarna zijn we naar Cavtat gegaan dat ligt aan een baai vlak bij Dobrovnik.

Hier zien we gelijk een wereld van verschil met hetgeen we de afgelopen weken hebben gezien en meegemaakt. Een haven vol met luxe en imposant grote jachten en zeilschepen. Terrassen aan de waterkant met de meest dure restaurants.

Dat is toch wel even slikken als je net door Albanië bent gereisd.

Maar zo is het leven nou eenmaal.

 

Op de camping hebben we af en toe veel lol om de kampeerders om ons heen.

Steeds is er wel wat te lachen over het opbouwen van het kampeer equipement.

Neem de Duitse kampeerder met een splinternieuwe tent, die na een uur bouwen met de bouwtekening in zijn hand tot de ontdekking komt dat hij het grondzeil nog over heeft net als eindelijk alles staat.

Ja nu moet toch alles weer los!

Dan onze Poolse vriendin. Zij komt in een peperdure auto (landrover discovery) zo uit de showroom weggereden aan. Gekleed in een jurkje van Dior en behangen met sieraden van D&G, nagels vuurrood gelakt van vingers en tenen, gaat mevrouw zitten met haar I pod in haar hand op een kinderstoeltje en mag vriendlief gaan uitvogelen hoe de tent opgezet moet worden. Alles komt nog uit het plastic en overal moeten de scheerlijnen nog aan gemaakt worden. De verhoudingen kloppen ons inziens niet helemaal als je de toch wel prijzige auto vergelijkt met de eenvoudige tent, twee tuinstoeltjes, formaat kindermodel  en het één pit gastoestel waarop gekookt moet worden. We hebben haar de paar dagen dat ze er was alleen maar in hele dure jurkjes heen en weer zien paraderen.

Om de camping te bereiken moet je de hellingproef, ooit tijdens je rijlessen geleerd, uitstekend in de praktijk kunnen brengen.

Je moet namelijk een helling af van 22 tot 25 % om de receptie te bereiken. Naar beneden gaat nog wel, maar je moet ook terug omhoog en dat geeft zo hier en daar wat lichte problemen. Een nieuwe camper ziet kans om in 100 meter zijn koppeling volledig te verbranden. Dat is pech voor hem, maar ook voor ons, want wij zitten de rest van de middag in een enorme brandlucht. Zo zie je maar weer, ieder doet zijn vakantie op zijn eigen manier! Je kunt niet allemaal met een Mutisleur op pad zijn.

 

Zaterdagavond vraagt onze Italiaanse buurvrouw of we de foto’s even willen zien die ze vandaag gemaakt hebben. Ook de Tjechische buren van de andere kant komen even kijken en voor we het weten zitten we met z’n zessen gezellig bij de Italiaan onzer de luifel. Na de koffie of thee komt er een Kroatische wijn op tafel waar stukken perzik in zitten. De Tsjech had voor de wijn gezorgd, de Italiaanse voor de perziken en wij mochten mee proeven! De Italiaan zegt van de perziken dat het in zijn ogen gedeeltelijk stenen zijn. Hij hoeft niet meer. Voor we het weten is het 22.30 uur en wij moeten nog afwassen. Alles laten staan is geen optie, er lopen ’s nachts katten rond. Bij een geel elektrisch peertje lukt het nog prima. Het blijft tenslotte kamperen!

 

De volgende ochtend willen we met de auto opnieuw naar Cilipi, want er is een folkloristische dansgroep die iedere zondagochtend optreedt. Helaas wil de auto niet starten omdat we de deuren te lang open hebben gehouden waardoor de lampen steeds bleven branden. De accu is leeg. Boven ons staat een Engelsman die een extra accu bij zich heeft en met behulp van startkabels is het zo voor elkaar.

We kunnen toch op tijd in Cilipi zijn. Daar aangekomen komen even later ook onze buren. Wij hadden gisteren vertelt dat we dit van plan waren en kennelijk vonden zij het ook allemaal een leuk idee. We zitten gezellig naast elkaar op het stoeprandje bij de kerk, in de schaduw en krijgen een voorstelling van zang en dans, door kinderen en volwassenen. Na afloop kun je het museum bekijken en in een kelder schnaps en likeur proeven. In het museum lopen een paar jonge dames van de dansgroep als suppoost en natuurlijk wil Thomas met hen op de foto.

Ze vinden het goed. Buiten staan ook allemaal kraampjes met geborduurde kleedjes of geweven tasjes.

Grappig is te zien dat een half uur na afloop van de dansvoorstelling alles al opgeruimd is. Kennelijk heeft iedereen zijn eigen taak en voor je het weet merk je niets meer van de bedrijvigheid van even daarvoor terwijl er toch wel zo’n 300 a 400 mensen zijn geweest.

Op de terugweg bekijken we nog een watermolen. Het systeem van waterweggetjes is ingenieus. Kennelijk zit de watermolen ook in een dagprogramma van de touringcar bedrijven, want de ene na de andere bus komt aan. Ze verdelen zich over de verschillende restaurants, want het is net lunchtijd. Wij gaan terug naar de camping om te lunchen en waar we voorbereidingen treffen voor ons vertrek morgen.

 

                                                                                                         Slot

 

 

Het is 10 voor twaalf en ik besluit het slot bricht van deze vakantie te gaan schrijven.

De laatste dagen heb ik steeds terug gedacht aan de 6 weken dat ik op pad ben geweest met de Multisleur.

Het zijn zoveel indrukken die je te verwerken krijgt, in een korte periode, dat mijn hoofd wel een doolhof lijkt.

Nu zijn we weer terug in Nederland.

Na 50 dagen en met 8174 km. op de teller een fascinerende rondreis door twaalf landen met prachtige hoogtepunten.

Wat wij heel bijzonder vonden is Cappadocië. Het is nauwelijks uit te leggen wat een aparte wereld dit is. Je moet zoiets eigenlijk met eigen ogen aanschouwen. Foto’s en video’s zijn mooi, maar lijfelijk aanwezig zijn blijft toch het meest indrukwekkend.

De mensen en een totaal andere cultuur zijn heel bijzonder. De leefwijze van de mensen en de bereidheid je te helpen zijn zeer groot.

Na Cappadocië volgde Ihlara de Canyon. In een prachtig landschap maakten we een  mooie wandeling door de kloof. Dat liet op ons een onuitwisbare indruk achter.

Dan het meer van Egirdir. Hier hebben we twee dagen heerlijk uitgerust,een grote bazaarachtige markt bezocht, wat een belevenis op zich is en we hebben een rondleiding door een moskee gehad.

Toen richting het westen naar Pamukkale, een schitterende witte krijtrots die hier midden in het landschap ligt. We besloten om een nacht over te staan om alles op ons gemak te kunnen bekijken.

Hierna was het de beurt aan Efeze. Opnieuw een hoogtepunt.

De prachtig gerestaureerde Celsius bibliotheek maakte veel indruk.

Voor het eerst sinds we in Turkije zijn gaat de reis dan naar het noorden.

Na nog een paar dagen aan de westkust te hebben rondgekeken gingen we naar Troje. Volgens de reisgids niet echt een bezienswaardigheid maar overslaan doen we niet. Je moet het reuze houten paard toch gezien hebben.

Dan, na een dag reizen zijn we weer terug in Griekenland. Aan de grens hebben we geen problemen gehad.

In Alexandroupoli blijven we twee dagen en besluiten dan om niet via Servië te gaan maar door Macedonië, Albanië en dan via Montenegro naar Kroatië om daar eerst maar eens flink bij te komen van alle indrukken van de laatste weken. Dat doen we in het uiterste puntje van Kroatië in Monulat, aan een hele rustige baai, op een mooie terrascamping.

Lekker een beetje peddelen met de kano en het stof van de afgelopen weken er even afspoelen.

Dan wachten de laatste 2000 km. naar Nederland. Via Slovenië, Oostenrijk en Duitsland naar huis en na precies 50 dagen zijn we weer in Leiderdorp.

Het was een indrukwekkende onderneming door l2 landen.

We hebben deze reis op 21 campings gestaan en 8174 km. gereden.

Het was een trip waar we nog lang over kunnen napraten.

Wij hopen dat jullie hebben genoten van de blog over Turkije.

Bedankt een ieder die ons heeft gevolgd en voor de support die we tijdens de reis mochten ontvangen.

 

Groeten  Renée & Thomas

 

Teşekkür ederim! 

 

 

 

 

 

Thomas Outdoor & Recreatie
info@thomasschoots-web.nl